Wat de gebouwbeheerder belangrijk vindt lees je hier! IKC-regenboog

In een samenleving als de onze, die almaar sneller verandert, voortdurend in beweging is, moet je als beheerder op het IKC alert zijn, de vinger aan de pols dus. Hierover zo ruim en breed mogelijk over mee nadenken, over hoe hier mee om te gaan en om de juiste balans te vinden tussen aan de ene kant geborgenheid/openheid en aan de andere kant veiligheid/zekerheid, is net zo goed een taak van de beheerder als van de leerkracht. De uitdaging ligt in de juiste combi van aan de ene kant gezelligheid/gemoedelijkheid en handhaving van de regels aan de andere.

De uitstraling van het gebouw is belangrijk om leerlingen en ouders een gevoel van geborgenheid te geven. Veiligheid van iedereen moet voorop staan: het moet een veilig gebouw zijn zonder het gevoel van een gesloten vesting te geven. Een gebouw met een open, opgeruimd karakter (dus geen rondslingerende rotzooi/afval/overbodige meubels) geeft een gevoel van thuis zijn. In een gebouw met een rustige uitstraling binnenkomen, is als thuis komen. En dat geeft weer een gevoel van veiligheid en rust.

Werk van de beheerder is bijna niet te plannen, daarvoor is er teveel aanloop, hollen en stilstaan. Om nog iets van planmatig te werken, moet je als beheerder prioriteiten stellen. Dit dan aan de hand van een duidelijke omschrijving van taken en bevoegdheden van betrokkenen.  Van belang is de communicatie te verbeteren en de neuzen van de verschillende partijen  (bijv. IKC/Gemeente/IBN etc.) dezelfde richting op krijgen. Werken met een logboek is belangrijk; soms is dit de enige manier van overdracht. Overdracht is immers van belang; graag weten beheerders van elkaar waar de ander mee bezig is (geweest). Zeker is het zinnig spoedeisende klussen te plannen op vrije (mid-)dagen.

De beheerder zou met zijn manier van werken met een uitstraling van rust en zekerheid de leerlingen een gevoel van veiligheid/geborgenheid moeten geven. Een gevoel dat nodig is om je op een goede manier te ontwikkelen, de een wordt wellicht kinderarts, de ander stratenmaker. Maakt niet uit, het gaat er bovenal om dat de leerlingen fijne (grote) mensen worden.